maandag 27 juni 2011

Mijn trots

Mijn trots. Nog een week en dan is het teamboek voor het Europees Jeugd Olympisch Festival definitief klaar. Daar ben ik aan de ene kant natuurlijk ontzettend blij om, want dat betekent dat ik mijn grootste opdracht af heb. Aan de andere kant vind ik het echt heel jammer. Als het teamboek online staat, is het einde van mijn stage in zicht. Dat betekent geen interviews meer en geen mooie verhalen meer aan de telefoon.

In de acht weken dat ik nu bij NOC*NSF stage loop, heb ik alle EJOF-gangers op mijn eigen manier leren kennen. Via Google (mijn steun en toeverlaat) kwam ik achter hun prestaties, kon ik ze zien op foto's en af en toe kon ik zelfs hun dagelijkse bezigheden volgen op Twitter. Maar dat was slechts de basis.

Aan de telefoon leerde ik ze pas echt goed kennen. Bij de één kon ik al snel een half uur luisteren naar de prestaties, de passie en de droom. Bij de ander duurde het soms wat minder lang. En dat is niet zo gek hoor. Want hoe vertel je, als jonge sporter, over je hobby en passie tegen een onbekende 'mevrouw'? Beste lastig! Zeker als het één van je eerste interviews is. Want dat was het voor de meeste sporters wel. Gespannen zeiden ze vaak u tegen me. Grappig, want ik had hun zus kunnen zijn. Ook als ik zei: "Ik ben gewoon een je", bleef de 'u' nog vaak voorbij vliegen.
Na een interview had een nieuwsgierige sporter mij opgezocht. Hij krabbelde: "Ik vond het een leuk interview, maar ik wist niet dat je pas 19 was." Tsja, ik zei het toch. Ik ben een je!

En eigenlijk ben ik degene die u moet zeggen tegen de sporters, want wat een respect heb ik voor deze kleine bikkels. Elke keer was ik weer onder de indruk van hun verhalen. Trainingsuren varierend van 4 tot soms wel 34 uur. De dromen van de Olympische Spelen. In Rio of toch maar eentje later. Een verhaal waarin de finale van een internationaal toernooi werd gewonnen met een enkelblessure. Een sportster die nooit pijnvrij een wedstrijd kan doen. Lak hebben aan de pijn en toch gewoon blijven sporten (en presteren!), omdat de sport zo mooi is. En omdat de dokter heeft gezegd dat ze wel mag sporten.

Nog iets waar ik erg onder de indruk van was: De nationaliteiten. Sporters die oorspronkelijk niet uit Nederland komen maar wel de Nederlandse nationaliteit hebben. Zo kwam onder andere Duitsland, Engeland, Ierland en zelfs Zuid-Afrika voorbij. Deze sporters hebben, zonder dat ze het weten, al ontzettend veel levenservaring. Hoe stoer is het om een interview gewoon in het Nederlands te doen, ookal is het niet je moedertaal. Zo'n klein detail kan een sporter onwijs mooi maken.

Ach, ik kan nog pagina's vol schrijven van de mooie verhalen die ik heb mogen aanhoren, maar misschien kan je ze beter zelf lezen. Volgende week staan ze allemaal online op nocnsf.nl/ejof2011. En lees ze niet omdat ik ze heb geschreven, maar lees ze, omdat deze sporters de aandacht verdienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten