donderdag 18 november 2010

21 augustus 2008

Ik hou van boeken lezen. Meestal lees ik gewoon verzonnen verhalen maar op zijn tijd hou ik van boeken met waargebeurde verhalen in de sport. Zo lees ik graag boeken van Hugo Borst, een man met een mooie schrijfstijl en liefde voor een mooie club (Sparta). Dinsdag hadden we een college over papier en daarin kwam toevallig het boek Beter van Maarten van der Weijden in voor. Het ging in het college vooral om het papiersoort maar ik was geïnteresseerd in het boek van Maarten.

Ik besloot om het boek te halen in de bibliotheek en in de tussentijd vlogen mijn gedachtes alweer naar 21 augustus 2008. De dag dat de gehele zwemwereld op zijn kop stond. 's Middags was de finale van de Nederlandse waterpolovrouwen dus toen ik opstond kon mijn dag sowieso niet meer stuk. Beneden stond de televisie aan en was de gouden race van Maarten van der Weijden te zien. Met mijn boterhammetje op schoot ging ik voor de tv zitten. Het werd spannender en spannender en het gegil van de Pieter van den Hoogenband maakte de race nog leuker. Maarten van der Weijden werd Olympisch kampioen. De man die kanker had overwonnen flikte het! Later die middag zouden ook de waterpolodames kampioen worden. Een dag die ik nooit zou vergeten.

Uit allebei de avonturen, zowel die van Maarten als die van de waterpolosters, is een biografie uitgekomen. Een paar maanden geleden kreeg mijn vader het exemplaar Mijn Olympische missie van Robin van Galen (de coach van de waterpolodames) cadeau. Ik 'claimde' het boek en begon te lezen. Stoppen deed ik niet meer. Ja, in de trein als ik de tranen voelde opkomen. Alles wat hij vertelde kwam mij zo bekend voor. Niet dat ik de missie zelf doorstaan heb, maar tijdens trainingen en in de kleedkamers van ZVL hoorde ik de internationals hun blijde momenten en klachten delen met teamgenoten. Hier ontdekte ik dat het leven van een topsporter niet alleen uit blijde moment bestaat. Vooral bij een groot damesteam die vijf dagen per week 24 uur met elkaar zit opgescheept, is er veel frustratie. De manier waarop Robin van Galen beschreef hoe hij soms met dingen zat was aandoenlijk. En dat alles voor die ene missie. Die gouden plak.

Ook het verhaal van Maarten van der Weijden heb ik binnen 24 uur uitgelezen. De manier waarop hij omging met zijn ziekte was indrukwekkend. Hij bleef nuchter en liet alles over zich heen komen. Natuurlijk was hij weleens bang om dood te gaan maar veel kon hij er niet aan doen. Hij moest vertrouwen op de chemokuren, op de dokters en op zijn weerstand. Een tijdje na zijn 'genezing' besloot hij om langzamerhand het zwemmen weer op te pakken. Hij kreeg weer ambities en dromen. De droom om wereldkampioen te worden. De droom om mee te doen op de Olympische Spelen, misschien zelfs een medaille te pakken. En dat deed hij. De gouden medaille zelfs.

Ik besloot na het lezen van het boek nog een keer dat moment te bekijken, waarin hij opweg is om goud te pakken. Het moment dat Pieter van den Hoogenband begint met gillen: 'Oja, hij ligt goed. Ohahaha, fan-tas-tisch. Hij doet het, HIJ DOET HET. Kom op! Kom op! Ooooo, hahaha, fantastisch, fantastisch.' En daar zit ik weer, met tranen in mijn ogen. Stomme muts die ik ook ben!

1 opmerking: