De 100 meter was voor de meeste mensen het hoogtepunt van het WK atletiek in Daegu. Missschien is hoogtepunt niet helemaal het goede woord. Memorabel klinkt beter. Usain Bolt, wereldkampioen, Olympisch kampioen en houder van het wereldrecord, ging alvast weg. Voor alle andere sprinters en nog voordat het startschot had geklonken. Een diskwalificatie was het logische gevolg. En Bolt? Ach, die liet een toneelstukje zien waar Joop van den Ende niet warm van wordt.
Mooie sport hoor, dat atletiek. Maar die mensen... Vol bewondering keek ik deze week naar het WK. Prachtige prestaties, maar dan die sporters. Wat een verschillen! Waar ik bij de sprintdisciplines keek naar een stel opgepompte macho's met dansjes en afgetrainde diva's met lange gelakte nagels, had ik bij het kogelstoten en kogelslingeren meer het idee dat ik naar een aflevering van Obesitaskamp zat te kijken. Ik kwam tot de ontdekking dat atleten qua lichaamsbouw nergens zoveel verschillen als bij atletiek.
Als ik later naar het snelwandelen kijk, loopt het kippenvel al snel over mijn armen. De benen van de Russische winnaar zijn zo dun, dat zijn knieƫn toch echt 'dikker' zijn dan zijn bovenbenen. Krijgt hij wel te eten? Het liefst zou ik hem een kan frituurvet opsturen, zodat hij dat naar binnen kan gieten en er niet uitziet als een geraamte waar toevallig een velletje overheen zit.
Naast de extreem dunne snelwandelaars heb je ook nog de lange, magere hoogspringsters. Die zo makkelijk over twee meter springen. De slanke middenlange afstandloopsters. Die met grote en krachtige halen een paar rondjes afleggen. De afgetrainde meerkampers. Die tien of zeven onderdelen even uit hun mouw schudden. De goedgevormde hordenloopsters. Die voor een tuinhekje meer of minder hun hand niet omdraaien. Wat maffe sporters eigenlijk. De enige die volgens mij niet verschillend zijn, zijn volgens mij de Kenianen. Die zijn bruin, dun, doen bijna allemaal dezelfde discipline en toevallig begint bij allemaal de achternaam met Kip of Kib. Het is eng hoeveel ze op elkaar lijken.
Maar weet je wie ik nog het engst van allemaal vind? De speerwerpers. Niet omdat ze heel dik of heel dun zijn, integendeel. Ze zijn eigenlijk heel mooi. Maar zodra ze van plan zijn om de speer los te laten wil ik mijn ogen eigenlijk dicht knijpen. Die arm die in een rare hoek naar achter zwaait en vervolgens als een raket naar voren schiet. Bah, het zal je maar gebeuren, dat die arm met speer en al mee schiet. Elke keer hou ik mijn hart weer vast.
En toch blijf ik elke keer weer kijken naar atletiek. En met mij miljoenen anderen. Dik of dun, een enorme massa of een afgetraind lichaam. Het blijft een mooie sport met veel, heel veel emotie. Want zeg nou zelf. Tegen die toneelstukjes van Usain Bolt kan toch geen Joop van den Ende musicalproductie tegenop.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten