maandag 10 januari 2011

Waarom ik zo van Sparta hou

Rond mijn negende werd ik voor het eerst meegenomen naar een wedstrijd van Sparta. Mijn vader werkte bij de Goudse, de toenmalige hoofdsponsor. Fan van een voetbalclub was ik nog niet echt. Ja, van Ajax, want in die tijd was je als kind of voor Ajax of voor Feyenoord. Bij mijn eerste ontmoeting met Sparta was ik gelijk verkocht. Massa's mensen, rood-wit, het zingen op de Denis Neville, ik vond het geweldig.

Sinds die tijd kom ik zo af en toe bij Sparta. Ik zou graag elke wedstrijd komen, maar doordat ik zelf ook sport is dat onmogelijk. In al die jaren heb ik veel mooie herinneringen aan Sparta. Zo heb ik nog een kaartje met handtekeningen liggen van spelers als Ali El Khattabi, Nourdin Boukhari en Danny Koevermans. De smaakmakers van Sparta in die tijd. Ook kan ik me nog een bezoekje aan Sparta in de winter herinneren. Een koude dag, waarin we met de hele familie naar Het Kasteel gingen. Gevolg blauwbekken, zeuren bij mama over de koude oren, maar op de terugweg telkens herhalen dat Sparta zo goed was.

Toch heb ik ook wat minder leuke herinneringen. Zo heb ik Sparta beide keren (live op de tribune) zien degraderen. De eerste keer was het in mijn beleving minder erg, maar dat kwam waarschijnlijk omdat ik nog weinig besef had van wat er aan de hand was. De tweede keer daarentegen was dramatisch. Binnen een minuut werden de supporters van hemel naar de hel gesleurd. Als een klein meisje zat ik op de tribune te huilen. Misschien een beetje gĂȘnant voor een jongedame van 18, maar op dat moment maakte het met allemaal niks meer uit. In het boek Waarom ik zo van Sparta hou (en Aad de Mos zo haat) schrijft Hugo Borst herkenbaar over de laatste maanden van Sparta in de eredivisie. Ik heb de laatste vier thuiswedstrijden van Sparta in het stadion gezien. Helaas hielp mijn aanwezigheid niet.

Ondertussen staat Sparta zevende in de Jupiler League. Het kampioenschap is zo goed als onmogelijk, maar nacompetitie is zeker haalbaar. Ook al gaat het niet altijd goed met Sparta, ik zou nooit van een andere club kunnen houden. Want als je op Sparta eenmaal verliefd bent, kun je nooit meer vreemd gaan.

In het boek stond een mooi gedicht geschreven door Jules Deelder:

Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta word je nooit

En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is een ding
Dat zeker is

Zo niet
Ofter een hemel is
Maar alster een is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort - o!
Brok in ons keel -
Verdacht veel weg heeft
Van het Kasteel

2 opmerkingen: